Dutch Course Online Placement Test B1 Level (ORIGINAL)

Please take note, you can take this test only one time!

1. Mijn vriend en ik ....

2. Hoe laat is het?

3. Welke zin is correct?

4. Wat (willen) jij eten?

5. Mijn vrouw is .... Ik heb een .... vrouw.

6. Peter werkt altijd donderdag.

7. Ik heb een klein ......

8. Welke zin is correct?

9. Ik ken .... boek, maar .... boeken ken ik niet.

10. Dit huis is .... Dat is een .... huis.

11. Dat is een mooi .......

12. Waar (wonen) je vriend?

13. Welke zin is correct?

14. De winkel is gesloten 1 mei.

15. Welke zin is correct?

16. Welke zin is correct?

17. De spiegel hangt de muur.

18. Waar is mijn geld?

19. Welke zin is correct?

20. Welke zin is correct?

21. Welke zin is correct?

22. Welke vraag is correct?

23. Welke vraag is correct?

24. Welke zin is correct?

25. Welke zin is niet correct?

26. 389-4=

27. 769-2=

28. Hoe laat is het?

29. Wanneer (beginnen) jullie vakantie?

30. Welke zinnen zijn correct?

31. Welke zin is correct?

63. Welke zin is correct?

33. Welke zin is correct?

34. Welke zin is correct?

35. Welke zin is correct?

36. Welke zin is correct?

37. Welke zin is correct?

38. Welke zin is correct?

39. Willem spreekt goed Nederlands. Hij is de (goed) van onze klas!

40. Welke zin is correct?

41. Welke zin is correct?

42. Welke zin is correct?

43. Mijn vriend is aan het koken. Wat betekent deze zin?

44. Welke zin is correct?

45. Welke zin is correct?

46. Welke zin is niet correct?

47. Welke zin gaat over de toekomst?

48. Welke zin gaat niet over de toekomst?

49. Wie is klaar met de oefening?

50. Jij bent op bezoek bij jouw buren. Jullie zitten aan de eettafel. Jij bent klaar met het eten. Wat zeg jij?