Please read the following information carefully.

Please enter your real name in the Voornaam en Achternaam boxes before you start. This name will be automatically added to your digital certificate! You can not change it later. Please take note, you can take this test only one time!

Warning! Do not close your browser before you finish your test!

Testing & Certification

If you like to receive our certificate, you will need to take our online end test. You can take this test only one time. Your certificate will be automatically generated by our system directly after you complete the test. Your certificate will be provided to you by email. We provide only digital certificates. Please take note, you will receive your certificate only one time.

The end test should be taken at the end of your course according to our course planning. If you do not follow our planning and take the test too early, you will not have another chance to retake the test and will not receive any other certificate. If you like to take the test again, you have to book our private lessons or take the same course again. Please read our Terms and Conditions.

1. Philippe ....
2. Hoe laat is het?

3. Welke zin is correct?
4. Waar (wonen) jij?
5. Mijn haar is .... Ik heb .... haar
6. Ik heb een afspraak  vrijdag
7. Ik heb een mooi klein ......
8. Welke zin is correct?
9. Zij kent .... mevrouw, maar .... mevrouw kent zij niet
10. Die hond is .... Dat is een .... hond
11. Dat is een mooi .......
12. Waar (komen) jij vandaan?
13. Welke zin is correct?
14. Ik heb een afspraak 10 uur
15. Welke zin is correct?
16. Welke zin is correct?
17. Ik woon Nederland
18. Mag ik uw pen even lenen? Ik ... iets opschrijven.
19. Welke zin is niet correct?
20. Welke zin is correct?
21. Welke zin is correct?
22. Welke vraag is correct?
23. Welke vraag is correct?
24. Welke zin is correct?
25. Welke zin is niet correct?
26. 82-5=
27. 229-8=
28. Hoe laat is het?

29. Hoe laat (vertrekken) de bus?
30. Welke zinnen zijn correct?
31. Philippe en Maurice .... .... .... docenten.
32. Werk jij?
33. Bent u mijn leraar?
34. Ziet u mij?
35. Heeft u het boek?
36. Heb jij de auto?
36. Heeft u suiker?
37. Heb jij werk?
38. Ziet u dat huis?
39. Woont u in het grote huis?
40. Is uw huis groot?