Do you want to learn Dutch at Dutch Course Online? You have to pass this test first. If you do not pass this test, you will not be admitted to our Dutch courses. Please take note, you can take this test only one time! Please read all questions and answers Very Carefully!

We provide our placement test free of charge under these conditions: We allow you to take our Placement test only one time. If you like to take our Placement test more than one time you have to contact us and get our permission to take the test a second time for free. If you take our placement test a second or a third time without contacting us, we will charge you 25 euro for every time you have taken our test without our permission. In this case, you will receive an invoice by email you have provided us with the test. Please take note, we check all placement tests.

This test consists of 3 parts:

  1. Part 1 (14 questions)
  2. Part 2 (71 questions)
  3. Part 3 (64 questions)

Please take time for this test (2-3 hours).

Dutch Course Online TeacherTeacher Philippe

Dutch Course Online Placement Test B1 level Part 3 (64 questions)

1. Kies de juiste conjunctie.
Ik kan niet werken ..... ik ben ziek.
2. Kies de juiste conjunctie.
Ik kan niet werken ..... ik ziek ben.
3. Kies de juiste conjunctie.
Ik kan al 2 uur niet slapen ..... ik ben verliefd.
4. Kies de juiste conjunctie.
Ik kan al 2 uur niet slapen ..... ik verliefd ben.
5. Welke zin is correct?
6. Welke zin is correct?
7. Welke zin is correct?
8. Welke zin is correct?
9. Welke zin is correct?
10. Welke zin is correct?
11. Welke zin is correct?
12. Kies de juiste conjuncties.
..... ik verliefd ben, kan ik niet werken.
13. Kies de juiste conjuncties.
..... ik een nieuwe baan heb, heb ik weinig tijd.
14. Kies de juiste conjuncties.
..... ik een groot salaris krijg, koop ik een nieuwe auto.
15. Kies de juiste conjuncties.
......wij op het werk vrij krijgen, gaan wij op vakantie.
16. Zet deze zin in de indirecte rede.
Philippe: ‘Dit is een goed boek.’
17. Zet deze zin in de indirecte rede.
Ik: ‘Ik kan in het weekeind niet werken.’
18. Zet deze zin in de indirecte rede.
Peter: ‘Hoe vaak gebruik je Google?’
19. Zet deze zin in de indirecte rede.
Anna: ‘Komt Anton te laat?’
20. Zet deze zin in de indirecte rede.
Ik: ‘Mag ik iets vertellen?
21. Welke bijzin is correct?
Als ik rijk zou zijn, .............
22. Welke bijzin is correct?
Als ik veel geld zou hebben, ..........
23. Welke bijzin is correct?
Als mijn ouders rijk waren, .............
24. Welke bijzin is correct?
Als ik rijke ouders zou hebben, .............
25. Wat betekent deze zin?
Jij zou de afwas vandaag doen.
26. Wat betekenen deze zinnen?
A. Als ik jou was, zou ik geen nieuwe auto kopen.
B. Als ik veel geld zou hebben, zou ik een nieuwe auto kopen.
C. Jij zou de afwas vandaag doen.
 
27. Welke zin is correct?
28. Welke zin is correct?
29. Welke zin is correct?
30. Welke zin is correct?